Museum Veluwezoom
Tentoonstelling van 8 februari 2014 tot en met 12 juli 2014

De Renkumse jaren van Théophile de Bock en tijdgenoten.
Théophile Emile Achile de Bock - geboren in Den Haag op 14 januari 1851 – vestigt zich op 24 mei 1895 in Renkum in Villa Anna aan de Nieuweweg 19. Hij richt het bijbehorende koetshuis in als atelier en al gauw groeit dit uit tot een centrum waar kunstenaars uit de omgeving elkaar kunnen ontmoeten. De Bock organiseert soirees in het met kaarsen verlichte atelier en trekt met zijn omvangrijke verzameling antiek ook veel kunstverzamelaars aan. De Bock is al langer bekend met deze streek. Hij verblijft hier gedurende de herstelperiode na een ernstige ziekte en op het eind van de jaren ’80 is hij aan het werk vanuit de oranjerie van Kasteel Doorwerth, zijn ‘zomerresidentie’. Hij schildert er in de omgeving en legt het kasteel meerdere malen op het doek vast. Uiteindelijk verkiest hij als definitieve woonplaats het toen nog landelijke boerendorp Renkum boven het deftige Oosterbeek, dat door de toenemende villabouw haar aantrekkingskracht op de kunstschilders grotendeels had verloren. Mede door de komst van De Bock verplaatst de belangstelling van de jonge schilders zich naar het westelijk deel van de zuidelijke Veluwezoom.

De Bock is afkomstig uit Den Haag, waar hij zijn sporen op cultureel gebied reeds heeft verdiend. In 1881 wordt hij uitgenodigd door de Haagse kunstschilder Willem Hendrik Mesdag (1831-1915) om mee te werken aan zijn beroemd geworden Panorama Mesdag. Hij schildert daarin de lucht en de duinen. In 1891 richt De Bock de Haagse Kunstkring op, die het jaar daarop de eerste grote Van Gogh-tentoonstelling organiseert. Ook in Renkum en omgeving onderkent men al gauw zijn organisatorische talenten. In 1896 wordt hij gevraagd zitting te nemen in het bestuur van de ‘Vereeniging tot het inrichten van Gemeentelijke Tentoonstellingen van Levende Meesters’ te Arnhem. Tot aan zijn dood blijft De Bock lid van dit bestuur. In 1900 is hij één van de oprichters van ‘eene Vereeniging tot bevordering van het Vreemdelingenverkeer’ voor Renkum-Heelsum-Doorwerth. Een ander gedenkwaardig feit uit zijn Renkumse periode is een omvangrijke publicatie over de Haagse school schilder Jacob Maris, waarvoor hij veel bewondering heeft. In 1902 is De Bock medeoprichter van de Renkumse kunstvereniging ‘Pictura Veluvensis’ (1902-1935).

De Bock is een charismatische man, die in de periode 1895-1902 een kring van medekunstenaars om zich heen weet te verzamelen. Een aantal van hen woont al in Renkum, waaronder de in het dorp geboren en getogen Hendrikus Alexander van Ingen (1846-1920). Maar ook Cornelis Kuypers (1864-1932) en Xeno Münninghoff (1873-1944), die in 1897 naar Renkum komt als directeur van de Avondtekenschool, Derk Wiggers (1866-1933), Piet van Walchren (1876-1949) en Sieger Baukema (1852-1936) behoren tot deze kring. Charles Dankmeijer (1861-1923) komt in 1896 zelfs speciaal naar Renkum als hij hoort dat De Bock zich daar heeft gevestigd. Dankmeijer en ook Baukema en Münninghoff trekken er met De Bock op uit om in de open lucht te werken. Andries Verleur (1876-1953) behoort tot de leerlingen van De Bock. Genoemde kunstenaars worden allen lid van de in 1902 opgerichte Renkumse kunstvereniging Pictura Veluvensis, waarvan De Bock medeoprichter is.

In hetzelfde jaar vertrekt Théophile de Bock naar Haarlem. Hij overlijdt daar op 22 november 1904.